Toerisme Antwerpen

De Antwerpenaars heten u van harte welkom in
de Sinjorenstad. De spotnaam ‘sinjoren’, die de
Antwerpenaars met trots dragen, stamt uit de
16de eeuw, de Gouden Eeuw. Toen was de stad
één van de belangrijkste culturele en economische
centra ter wereld. In de ogen van al dan niet afgunstige
buitenstaanders leidden vele inwoners toen een waar
herenleven: hoofs en zelfbewust, als ‘sinjeurs’ (naar het
Spaanse señor).
In deze stad aan de stroom, met haar wereld- en cruisehaven,
heeft u een boeiend verblijf voor de boeg. Vooral
aan de haven, de op één na grootste van Europa, dankt de
stad haar welvaart en kosmopolitische karakter, haar kleurige
en feestelijke sfeer. U zal het snel merken: de ‘sinjoren’
zijn gastvrije wereldburgers. Ze zullen u altijd en overal
vriendelijk helpen - als dat kan in uw eigen taal.
In dit bruisende centrum van cultuur en handel is het bijzonder
aangenaam vertoeven, want de achtste kunst is hier
de levenskunst. Antwerpen verwent als geen andere stad
de gastronomen en levensgenieters.
Nog tot in de 17de eeuw werd Antwerpen vaak als ‘Hantwerpen’
geschreven. Geen wonder, want volgens een oude
sage hoorde het ook zo. Volgens die sage werd de Scheldebocht
rond het begin van onze tijdrekening beheerst door de
reus Druoon Antigoon, die een zware tol eiste van elke voorbijvarende
schipper. Wie niet wilde betalen, hakte hij een
hand af. Maar aan dat gruwelijke gebruik kwam een einde
toen een Romeinse soldaat, Silvius Brabo, de reus doodde,
hem prompt een hand afhakte en ze in de Schelde wierp.
Vandaar: Hantwerpen. De H verdween, Antwerpen bleef.
Tot daar de sage. In werkelijkheid is de naam Antwerpen
wellicht afkomstig van de ‘aanwerp’, een aangeslibde verhevenheid
in de Schelde ter hoogte van het Steen, waar een
vroege nederzetting ontstond. Deze aanwerp verdween op
het eind van de 19de eeuw, toen de Scheldekaden werden
rechtgetrokken. Al is het verhaal van Brabo totaal verzonnen, toch houden
de sinjoren hun legendarische bevrijder nog steeds in ere
op de Grote Markt. De bronzen fontein (1887) is een werk
van de Antwerpse beeldhouwer Jef Lambeaux.
Een bewogen geschiedenis
Hoe oud is Antwerpen? Opgravingen hebben aangetoond
dat er zeker al in het Gallo-Romeinse tijdperk (2de en 3de
eeuw van onze tijdrekening) bewoning was aan de Scheldebocht.
Dat was ook het geval omstreeks 650, toen de kerstening
startte en in 836 verwoestten de Noormannen de
toenmalige woonkern. Daarna kwamen er bewoners aan
de ‘aanwerp’, waaraan Antwerpen haar naam zou ontlenen,
gesitueerd op de plaats waar het Steen staat. Deze
kern groeide uit tot de huidige stad.
Toen Antwerpen rond 970 een grensplaats werd van het
Duitse Rijk, bouwde men een houten versterking. Die werd
later vervangen door een stenen burcht (het Steen) met
een omheiningsmuur en Antwerpen mocht zich markgraafschap
(grensgraafschap) van het Heilig Roomse Rijk der
Duitse Natie noemen. De Schelde was de grens en aan de
overkant lag het graafschap Vlaanderen. Aan de zuidzijde
van Antwerpen richtte de Heilige Norbertus in de 12de
eeuw de Sint-Michielsabdij op. De kanunniken van het kerkje
dat daar had gestaan, verhuisden toen naar de noordelijke
kern en stichtten daar een nieuwe parochie, met als
centrum een Onze-Lieve-Vrouwekerk, de eerste voorloper
van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. De stad, die vanaf
dan deel uitmaakte van het hertogdom Brabant, bleef zich
concentrisch uitbreiden met opeenvolgende omwallingen
die nog steeds herkenbaar zijn in het stratenpatroon.
Een eerste economische bloeiperiode volgde in de eerste
helft van de 14de eeuw. Toen werd Antwerpen het belangrijkste
handelscentrum en fi nanciële hart van West-Europa,
vooral bekend voor haar zeehaven en wolmarkt. In 1356
werd de stad aangehecht bij het graafschap Vlaanderen en
verloor ze heel wat privileges, onder meer ten voordele van
Brugge.
Maar vijftig jaar later keerde het politieke en economische
tij weer en begon de aanloop naar de ‘Gouden Eeuw’,
waarin Antwerpen op elk vlak een wereldstad van eerste
rang werd; zowat het Manhattan van de 16de eeuw. Het
was dit handels- en cultuurcentrum dat door de Florentijn
Lodovico Guicciardini werd omschreven als ‘de mooiste
stad ter wereld’. De beroemdste namen uit die tijd zijn: de
schilders Quinten Metsys en Bruegel, de drukker Plantin,
de humanisten en wetenschapslui Lipsius, Mercator,
Dodoens en Ortelius.
In de tweede helft van deze eeuw lag de stad echter in het
brandpunt van de politiek-godsdienstige strijd tussen het
protestantse Noorden en het katholieke Spanje, met als
dieptepunten de Beeldenstorm (1566), de Spaanse Furie
(1576) en uiteindelijk de Val van Antwerpen (1585).
Na de Val kwam de stad weer onder het gezag van Filips II
en sloten de Noordelijke Nederlanden de Schelde af. Economisch
gezien was dit een ramp. Bovendien ontvluchtten
niet alleen de protestanten, maar ook de commerciële en
intellectuele elite de stad. Van de 100.000 inwoners in 1570
bleven er in 1590 zowat 40.000 over. Toch duurde de culturele
bloei nog tot halfweg de 17de eeuw, met schilders als
Rubens, Van Dyck, Jordaens en Teniers, de beeldhouwerfamilies
Quellin en Verbrugghen, drukkers als Moretus en de
beroemde Antwerpse klavecimbelbouwers.
Vanaf 1650 tot in de 19de eeuw valt er nog weinig vrolijks
over Antwerpen te melden. De Schelde bleef dicht en de
metropool werd een provinciestad. Onder het Oostenrijkse
bewind (1715 – 1792) probeerde Jozef II de stroom manu militari
vrij te maken, maar dit mislukte. In 1795, onder Franse
bezetting, lukte het wel, maar ditmaal stuitten de schepen
op een Engelse blokkade. Geen wonder, want Napoleon beschouwde
de Antwerpse haven als ‘een pistool gericht op
het hart van Engeland’. Aan de Franse periode (1792 – 1815)
dankte Antwerpen wel de aanzet tot een moderne haven,
maar tegelijk viel het culturele patrimonium ten prooi aan
een zelden geziene kunstroof en vernieling. Er werden zelfs
plannen gemaakt om de kathedraal te slopen.
Na de val van Napoleon in Waterloo (1815) volgde een
kortstondige hereniging met de Noordelijke Nederlanden
en een even korte bloei, die eindigde met de Belgische
Revolutie (1830) en opnieuw de sluiting van de Schelde. Een
defi nitieve vrije doorvaart kwam er pas in 1863. Toen kon
de derde grote bloeiperiode van toerisme Antwerpen beginnen.
Afgezien van onderbrekingen tijdens de twee wereldoorlogen
beleefde Antwerpen in de 20ste eeuw een gestage
economische groei. Op cultureel vlak kreeg de stad in 1993
internationale uitstraling toen ze Culturele Hoofdstad van
Europa werd: meteen de erkenning van haar historische en
hedendaagse rijkdom waaraan ook u deel kan hebben.
Antwerpen is immers voor elk wat wils:
•dé Rubensstad;
•hét wereldcentrum voor diamant;
•een stad van modemakers;
•een wereldhaven en Stad aan de stroom;
•de Europese Cultuurhoofdstad van 1993;
•een bruisende Bourgondische stad,
gezellig en sfeerrijk;
•een gevarieerd winkelparadijs zonder weerga;
•een fi lm-, concert- en theaterstad;
•een galerij van beschermde monumenten en
stadsgezichten;
•een stad van familie- en kindvriendelijke attracties;
•een gastvrije en multiculturele metropool.
Een plaats in de wereld
Antwerpen is de grootste stad van Vlaanderen, het noordelijke
deel van België. Zowat 60% van de 10 miljoen Belgen
zijn Vlamingen. Zij spreken Nederlands. Net als hun Fransen
Duitstalige landgenoten hebben zij een eigen parlement
en regering. De hoofdstad van Vlaanderen is Brussel, tevens
de hoofdstad van het federale België en hart van Europa.
Binnen een oppervlakte van 22.076 hectare telt Antwerpen
453.361 inwoners (maart 2003). De stad ligt op 51°13’16’’
noorderbreedte en 4°23’60’’ oosterlengte. Er heerst een
gematigd zeeklimaat.
Antwerpen is terecht trots op haar rijk historisch
verleden. In de loop der eeuwen bouwde de
stad immers een cultuurpatrimonium op met
een unieke waarde. Haar musea en historische
kerken zijn de schatkamers waarin veel van deze
rijkdommen worden bewaard en getoond. Even bewonderenswaardig
zijn zeker de stadsgezichten, de beschermde
monumenten, standbeelden en de talrijke madonna’s en
heiligenbeelden die het straatbeeld verfraaien.
Wie Antwerpen voor de eerste maal bezoekt, moet zeker
stilstaan bij het werk van Rubens – Antwerpen is immers dé
stad van de meester. Zijn ouders vluchtten van hieruit naar
Duitsland, waar hij in 1577 werd geboren. Toen Rubens 10
jaar oud was, overleed zijn vader en keerde moeder Rubens
met drie van haar kinderen terug naar Antwerpen. Rubens’
eerste werken waren kopietekeningen naar de grote meester
Holbein: hij was toen nauwelijks 13 jaar oud. Tijdens
een achtjarige grand tour door Italië, met een intermezzo
in Spanje, diept Rubens zijn kunstuniversum verder uit.
Zijn liefde voor het woord evenaart zijn schilderspassie: hij
schrijft duizenden brieven en notities. Rubens’ opdrachtgevers
waren zo belangrijk als een Bill Gates, François
Mitterand of Kofi Annan vandaag, maar hij voelde zich niet
te min om schilderijen te maken voor een kapel in Madrid,
een abdij in Rijsel, een handelaar in Genua of een vriend
in Antwerpen. Zijn snelle roem doet heersers vrezen voor
braindrain; als bevoorrecht man moet hij bovendien nau-
welijks nog belasting betalen. De stijl die Rubens hanteert
is barok: intelligent, complex, boeiend en verrassend. Zijn
werk siert glorieuze zalen in Londen, Madrid, München,
Parijs, St.-Petersburg, Washington, Wenen en Antwerpen.
De naam Rubens is verbonden aan Antwerpen zoals die van
Warhol aan New York. Zijn huis en grafmonument staan in
Antwerpen. Zijn standbeeld op de Groenplaats.
In 2004 legt Antwerpen de nadruk op het indrukwekkende
permanente aanbod van Rubensschilderijen in de
Antwerpse musea. Bezoek zeker ook de historische kerken,
met de fenomenale werken “Kruisoprichting” en
“Kruisafneming” in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, de
weinig bekende grafkapel van Rubens in Sint-Jacobs, de
Carolus Borromeuskerk waarvoor Rubens ontwierp en de
prachtige reeks schilderijen in Sint-Paulus.
In 1610 kocht Rubens dit pand aan de Wapper. Hij breidde
het uit tot een woning en atelier met de allures van een
palazzo. Hier ontving hij talloze hoge gasten en bouwde hij
zijn schitterende carrière op.

 is een complex rondom een binnenplaats.
De barokportiek tussen de binnenplaats en de Vlaams-
Italiaanse renaissancetuin werd door de meester zelf ontworpen.
Na Rubens’ dood (1640) veranderde het complex
meermaals van eigenaar. Zowel in de 18de als in de 19de
eeuw probeerde de stad het pand in verval te kopen, maar
dat lukte pas in 1937, door onteigening van wat intussen niet
veel meer was dan een bouwval. Een restauratie volgde.
Het museum herbergt een tiental werken van Rubens,
waaronder zijn “Zelfportret”, “Adam en Eva in het paradijs”,
“De veldslag van Hendrik IV voor Parijs” en een “portret van
Antoon Van Dyck als knaap”. Ook worden er vele kunst- en
gebruiksvoorwerpen tentoongesteld die hem toebehoorden
of uit zijn tijd stammen, onder meer een stilleven door
Frans Snyders, het Schilderijenkabinet van Cornelis van der
Geest door Willem Van Haecht, Mercurius en Argus door
Jacob Jordaens, een anoniem portret van zijn tweede vrouw
Helena Fourment, Antwerpse kasten en ook de stoel die
Rubens gebruikte als deken van zijn gilde.

Dit museum is gelegen aan de pittoreske Vrijdagmarkt in
het hartje van het historische stadsgedeelte. Het is een
absolute topper, niet alleen voor wie een uitgesproken
belangstelling heeft voor de ontwikkeling en geschiedenis
van het gedrukte boek, ook de sightseeing toerist zet dit
museum steevast bovenaan het lijstje.
Het Museum Plantin-Moretus is de voortzetting van de
Offi cina Plantiniana, die Christoffel Plantin stichtte in
1555, als eerste industriële drukker uit de geschiedenis.
Het is de enige nog volledig uitgeruste drukkerij-uitgeverij
die bewaard is gebleven uit de Renaissance en baroktijd.
Het oude bedrijfs- en huisarchief en de oudste drukpersen
ter wereld werden in 2001 erkend als Unesco-werelderfgoed.
De schitterende patriciërswoning, de unieke typografi
sche schatkamer en het prachtige boekenmuseum maken
deel uit van het Unesco-wereldpatrimonium sinds 2002.
In deze woning verbleven en werkten de meesters van
de Gulden Passer en u kan er nog volledig ingerichte
stijlkamers bewonderen, gedecoreerd met wandtapijten,
goudleer, schilderijen en sculpturen. Het museum biedt
daarnaast een leerrijk overzicht van de boekdrukkunst van
de 15de tot 18de eeuw. Tot slot kan u hier verpozen in de
vele bibliotheken die het museum rijk is, of gewoon even
genieten in de binnentuinen.

De verzameling van het Koninklijk Museum voor Schone
Kunsten Antwerpen geeft een goed beeld van de kunstproductie
in onze streken vanaf de 14de eeuw tot nu. De collectie
bevat werken van onder andere Jan Van Eyck, Rogier van
der Weyden, Hans Memling, Quinten Metsijs, Frans Floris
en de Bruegelfamilie, Jean Fouquet, Lucas Cranach, Titiaan,
Peter Paul Rubens, Jacob Jordaens, Antoon Van Dyck, Cornelis
de Vos, Frans Snijders, Daniël Seghers, Frans Hals, Henri
Leys, Nicaise De Keyser, Henri de Braekeleer, Jan Stobbaerts,
James Ensor, Constantin Meunier, Eugène Laermans, Emile
Claus, Rik Wouters, Jakob Smits, Jozef Peeters, George
Minne, Constant Permeke, Gust de Smet, Frits van den Berghe,
René Magritte, Paul Delvaux, Osip Zadkine, Lucio Fontana,
Pierre Alechinsky, Karel Appel, Vic Gentils en Fred Bervoets.

Het rubenshuis Antwerpen

MUSEUM PLANTIN-MORETUS Antwerpen

KONINKLIJK MUSEUM VOOR SCHONE KUNSTEN

You are viewing the text version of this site.

To view the full version please install the Adobe Flash Player and ensure your web browser has JavaScript enabled.

Need help? check the requirements page.


Get Flash Player